Paard en ruiter,  Verzorging

Trekken, snijden of knippen: hoe hou je de manen van je paard in toom?

Zoveel paarden, zoveel soorten manen. Dikke en dunne manen, lange en korte, alles komt voor. Eén en ander heeft ten eerste natuurlijk te maken met het ras van het paard. Ten tweede is het belangrijk wat je met je paard doet. Schooieren jullie vooral door het bos, of verschijn je praktisch elk weekend aan de start van een dressuurwedstrijd? In dat laatste geval is het wel handig dat je manen hebt die je makkelijk kunt vlechten.

Manen trekken om te kunnen vlechten

Van oudsher worden de manen van een paard getrokken om ze korter en dunner te maken. Je hebt hier een trekkammetje voor nodig. Je doet dit door met de vingers van je ene hand een lang plukje manen te pakken. Die hou je onderaan vast. Vervolgens ‘toupeer’ je met het kammetje de pluk, waardoor je slechts een heel dun plukje met de langste haren vast hebt. Die sla je om je kammetje, en vervolgens trek je die er met een kort rukje uit. Sommige paarden vinden dit heerlijk (zolang je geen te dikke plukken pakt!), andere zitten al tegen het plafond als je met het kammetje aankomt.

Paard op wedstrijd met keurig gevlochten knotjes.
Paard op wedstrijd met keurig gevlochten knotjes.

Overigens is mij altijd geleerd dat je het het beste na het rijden kunt doen. Je paard is dan warm, en de haren laten makkelijker los. Om de manen zo makkelijk mogelijk in te vlechten, worden de manen op een handbreedte lengte gehouden. Tijdens het vlechten hoef je dan het vlechtje maar één keer dubbel te slaan voor een mooi knotje. Heeft je paard heel dunne manen, dan wordt het wel heel priegelig. Je kunt ze dan ook langer laten en twee keer dubbel slaan.

Voor springwedstrijden is vlechten niet verplicht. Toch zou dit paard er wel de goede lengte voor hebben.
Voor springwedstrijden is vlechten niet verplicht. Toch zou dit paard er wel de goede lengte voor hebben.

Knippen van de manen

Voor paarden die echt een hekel hebben aan het trekken van hun manen, is een schaar altijd nog een uitkomst. Het is dan wel handig dat je weet wat je doet. In navolging van Britt Dekker die niet zo heel lekker met een schaar overweg blijkt te kunnen, ken ik meer mensen die hun kappersdiploma niet hebben gehaald. Ik zal geen namen noemen, maar hieronder zie je het resultaat van zo’n knipsessie. Zo moet het dus niet…
Mocht je toch durven knippen, probeer het er dan bij voorkeur een beetje natuurlijk uit te laten zien. Dus niet recht afknippen in een bloempotmodel, maar een klein beetje inknippen of eventueel wat afsnijden. Maar dan kun je beter een snijkammetje gebruiken. Overigens dun je op deze manier de manen niet uit, je maakt ze alleen korter. Er zijn speciale uitdunscharen te koop, waarmee je de manen wel dunner kunt maken.

Aan de slag met een snijkammetje

Als je paard geen extreem dikke manen heeft, dan hoef je het in principe niet uit te dunnen. Alleen wat korter maken is dan prima. Voor het natuurlijke effect gebruik ik zelf liever een snijkammetje dan de schaar. Er zijn verschillende soorten snijkammetjes, maar het idee is dat er tussen de tanden van het kammetje een scheermesje zit. De techniek is ongeveer gelijk als aan het manen trekken. Je pakt een plukje tussen je vingers, toupeert het, en je snijdt nu de haren die je nog vast hebt af. Zo wordt de coupe van je paard langzaam maar zeker steeds korter.
Oh ja, ben je linkshandig? Dan heb je net zoals met een schaar een linkshandig snijkammetje nodig. Bij sommige modellen kun je het mesje omdraaien, nog beter!

Haflinger met een hengstenvlecht. Op deze manier kun je zelfs de dikste en langste manen invlechten.
Haflinger met een hengstenvlecht. Op deze manier kun je zelfs de dikste en langste manen invlechten.

En wat is jouw tactiek voor de manen van je paard? Vlecht je wel eens, of hou je het bij een volledig natuurlijke coupe? Binnenkort meer over de verschillende soorten vlechten!

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *